Overkoepelende wetgeving en beleid

Vlaams

Mina-plan 2

Het Vlaamse Milieubeleidsplan 1997-2001 (het MINA-plan 2) beschrijft de hoofdlijnen van het Vlaamse milieubeleid voor de periode 1997-2001. In deel 2 van het plan worden 13 milieuthema's behandeld. Eén van de thema's is 'Verdunning van de ozonlaag' (hoofdstuk 1). Een onderdeel van actie 1 van dit thema (actie 1: 'het voeren van een actief stimuleringsbeleid voor de vervanging van ozonafbrekende stoffen') is het opmaken van een informatiesysteem om een milieuvriendelijke substitutie van ozonafbrekende stoffen te stimuleren.

In dit informatiesysteem wordt ook de nodige aandacht besteed aan de beperking van de emissies van gehalogeneerde broeikasgassen (HFK's, PFK's en SF6). HFK's en PFK's worden immers vaak als substituut voor ozonafbrekende stoffen gebruikt. De gehalogeneerde broeikasgassen behoren tot die broeikasgassen die door het Protocol van Kyoto worden geviseerd en waarvan de uitstoot zal moeten worden teruggedrongen. Actie 8 van het MINA-plan 2 voorziet onder meer dat een plan voor de beheersing van de emissies van HFK's en PFK's moet worden opgesteld (zie thema 2 'Verandering van het klimaat door het broeikaseffect' van het MINA-plan 2).

In het plan wordt tevens een emissiereductiebeleid voor vluchtige organische stoffen (VOS) voorgesteld (thema 3 'Verontreiniging door fotochemische luchtverontreiniging').

Titel II van het Vlarem

Het Vlaams Reglement inzake milieuvoorwaarden voor hinderlijke inrichtingen bevat onder meer uitbatingsvoorwaarden voor ingedeelde luchtconditionerings- en koelinrichtingen (Artikel 5.16.3.3) en de wijze waarop de verwerking van afgedankte apparatuur en recipiënten die ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen bevatten, moet gebeuren (Artikel 5.2.2.5.2 §9)

Vlarea

Het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming- en beheer behandelt ondermeer de aanvaardingsplicht van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, en afgedankte voertuigen, die sinds 1999 van kracht is. Hieronder vallen o.a. koelkasten, diepvriezers en klimaatregelingsapparaten.

Concreet houdt deze aanvaardingsplicht in dat elke verkoper verplicht wordt om afgedankte elektrische en elektronische apparatuur gratis in ontvangst te nemen, zelfs wanneer de consument geen vervangende producten aankoopt (Hoofdstuk 3).

Lijst van overbrengers en verwerkers

De Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (OVAM) beschikt over een geactualiseerde databank waarin een lijst te vinden is van overbrengers en verwerkers van koelgassen (waaronder CFK's en HFCK's).

 

Federaal

Koninklijk besluit houdende reglementering van het gebruik van bepaalde chloorfluorkoolstofverbindingen in de koelinstallaties (7 maart 1991)

Dit Koninklijk besluit stelt o.a. dat het gebruik en het bezit (zowel met recyclagedoeleinden) van de CFK's 11, 12, 113, 114 en 115 verboden is vanaf 1 januari 1998.

 

Europees

Richtlijn 2006/40/EG van het Europees Parlement en de raad van 17 mei 2006 betreffende emissies van klimaatregelingsapparatuur in motorvoertuigen en houdende wijziging van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad

Verordening (EG) Nr. 842/2006 van het Europees parlement en de Raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen

Verordening (EG) Nr. 2037/2000 van het Europees parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen

Deze verordening vervangt Verordening (EG) nr. 3093/94. Aangezien er steeds meer vervangingsproducten beschikbaar komen voor stoffen die de ozonlaag afbreken, zoals chloorfluorkoolwaterstoffen (HCFK's) en methylbromide, zijn er meer stringente maatregelen ingevoerd dan die welke waren neergelegd bij Verordening (EG) nr. 3093/94.

De verordening behandelt ondermeer het verbod op de productie, het op de markt brengen en het gebruik van chloorfluorkoolstoffen (CFK's), halonen, tetrachloorkoolstof, 1,1,1-trichloorethaan, broomfluorkoolwaterstoffen (HBFK's) en de geleidelijke uitfasering van chloorfluorkoolwaterstoffen (HCFK's) en methylbromide.

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement: Strategie voor de uitbanning van CFK's in dosis-aërosolen (98/C 355/02)

Krachtens besluit IX/19 van het Protocol van Montreal moeten de Europese Gemeenschap en de andere partijen bij het Protocol vóór 31 januari 1999 een overgangsstrategie ontvouwen voor de in dosis-aërosolen gebruikte CFK's. Door de vaststelling van bovengenoemde mededeling wenst de Commissie aan deze verbintenis te voldoen.

Zij beveelt de lidstaten aan bepaalde maatregelen te treffen ter bevordering van de invoering van alternatieve astmabehandelingen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van CFK's, maar waarbij de gezondheid en veiligheid van de patiënt gewaarborgd blijven. Voorts wordt in de mededeling uiteengezet op welke manier de Commissie van plan is om haar verantwoordelijkheid, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 3093/94, op te nemen inzake de vaststelling van de hoeveelheid CFK's die jaarlijks voor essentiële toepassingen in dosis-aërosolen mag worden gebruikt.

00/22/EG: Beschikking van de Commissie van 16 december 1999 inzake de verdeling van de hoeveelheden gereguleerde stoffen waarvan het gebruik in de Gemeenschap in 2000 is toegestaan voor essentiële toepassingen krachtens Verordening (EG) nr. 3093/94 van de Raad betreffende stoffen die de ozonlaag afbreken.

00/379/EG: Beschikking van de Commissie van 14 december 1999 betreffende de toewijzing van invoerquota voor de volledig gehalogeneerde chloorfluorkoolwaterstoffen 11, 12, 113, 114 en 115, andere volledig gehalogeneerde chloorfluorkoolwaterstoffen, halonen, tetrachloorkoolstof, 1,1,1-trichloorethaan, broomfluorkoolwaterstoffen en methylbromide voor het tijdvak van 1 januari tot 31 december 2000, alsmede de toewijzing van quota voor het op de markt brengen van chloorfluorkoolwaterstoffen voor het tijdvak van 1 januari tot 31 december 2000.

Protocol van Genève van 1991 betreffende vluchtige organische stoffen (VOS)

België heeft zich op het vlak van de reductie van VOS-emissies al in november 1991 geëngageerd door het ondertekenen van een protocol i.v.m de strijd tegen de emissie van VOS en hun grensoverschrijdende gevolgen. Het protocol voorziet in een reductie van VOS-emissies met 30% tegen 1999 (met als referentiejaar voor België 1988). De landen die het protocol ondertekenden, hebben zich ertoe verbonden strengere emissienormen uit te vaardigen voor nieuwe installaties en productnormen op te stellen voor de solventen.

Protocol van Göteborg van 1999 inzake verzuring, eutrofiëring en ozon op leefniveau

Dit protocol beoogt de door antropogene activiteiten veroorzaakte zwavel-, stikstof, ammoniak- en vluchtige organische stoffen (VOS)-emissies te controleren en te reduceren. Deze stoffen veroorzaken verzuring, eutrofiëring of vorming van troposferische ozon en brengen alzo schade toe aan de menselijke gezondheid, ecosystemen, materialen en gewassen. Dit Protocol werd door België ondertekend in februari 2000.

Richtlijn 1999/13/EG van de Raad van 11 maart 1999 inzake de beperking van de emissie van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen bij bepaalde werkzaamheden en in installaties

Deze richtlijn beoogt de emissies van vluchtige organische stoffen (VOS) in het milieu en de mogelijke risico's voor de menselijke gezondheid te voorkomen of te verminderen. Meer bepaald worden grenswaarden vastgelegd voor de uitstoot van deze stoffen en exploitatievoorwaarden opgelegd voor industriële installaties waarin organische oplosmiddelen worden gebruikt (o.a. droogkuis, oppervlaktereiniging, kleefstoffenindustrie).

Verordening (EEG) nr. 880/92 van de Raad van 23 maart 1992 inzake een communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren.

Bij deze verordening wordt een communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren ingesteld, dat ten doel heeft: enerzijds het ontwerp, de productie, het in de handel brengen en het gebruik van producten die gedurende hun gehele levenscyclus een verminderd milieueffect hebben te bevorderen. Anderzijds de consument beter te informeren over het milieueffect van producten.

Vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van communautaire milieukeuren gebeurt o.a. via:

Beschikking milieukeur koelapparaten 2004/669/EG - PB L 306/16, 02.10.2004

Beschikking milieukeur verven en vernissen 2002/739/EG - PB L 236/4, 04.09.2002

 

Mondiaal

Conventie van Wenen

Verschillende landen komen overeen om "gepaste maatregelen te nemen ter bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu tegen de nadelige effecten die een gevolg zouden kunnen zijn van menselijke activiteiten die de ozonlaag zouden kunnen verdunnen". Maatregelen worden niet gespecifieerd.

Het doel van de conventie was wetenschappelijk onderzoek, internationale samenwerking en informatie-uitwisseling aan te moedigen. De conventie trof voorzieningen voor toekomstige protocols en specifieerde procedures voor amendementen en de regeling van disputen.

Voor het eerst kwamen verschillende landen overeen om een globaal milieuprobleem aan te pakken vooraleer de effecten ervan voelbaar of zelfs wetenschappelijk bewezen waren. België ratificeerde de Conventie op 17 oktober 1988.

Protocol van Montreal

Het Protocol van Montreal vormt samen met de Conventie van Wenen het startpunt van een wereldwijde samenwerking met het oog op de bescherming van de stratosferische ozonlaag. Het Protocol werd aangenomen door verschillende landen in 1987 en is tot nog toe 5 keer gewijzigd.

De controle-maatregelen van het Protocol werden verstrengd door middel van aanpassingen, aangenomen in Londen (1990), Kopenhagen (1992), Wenen (1995), Montreal (1997) en Beijing (1999).

Het Protocol beoogt de reductie en eventuele eliminatie van de emissies van antropogene ozonafbrekende stoffen. België ratificeerde het Protocol op 30 december 1998.

Het Londen Amendement

Amendement in het kader van het Protocol van Montreal. Omdat de aantasting van de ozonlaag groter bleek dan voordien gedacht, voorzag het Londen Amendement een complete productiestop van de belangrijkste ozonafbrekende stoffen voor 1999. België ratificeerde het Amendement op 5 oktober 1993. Het Amendement is momenteel van kracht.

Het Kopenhagen Amendement

Amendement in het kader van het Protocol van Montreal. De productiestop van de belangrijkste ozonafbrekende stoffen werd nog vervroegd tot 1 januari 1996. Tevens werd het gebruik van een aantal alternatieven voor de CFK's gereguleerd. België ratificeerde het Amendement op 7 augustus 1997. Het Amendement is momenteel van kracht.

Het Montreal Amendement

Amendement in het kader van het Protocol van Montreal. Het Amendement is van kracht voor de Partijen die het reeds ratificeerden. Voor België gaat het Amendement van kracht op de 19de dag nadat België het zal ratificeren.

Het Beijing Amendement

Amendement in het kader van het Protocol van Montreal. Het Amendement gaat van kracht op 1 januari 2001, in het geval dat ten minste 20 Partijen het Amendement op dat moment geratificeerd hebben. In het geval dat deze voorwaarde niet vervuld is, zal het Amendement van kracht gaan op de 19de dag nadat 20 Partijen het Amendement geratificeerd hebben. Voor België gaat het Amendement van kracht op de 19de dag nadat België het zal ratificeren.

Compleet handboek met alle verdragen die betrekking hebben op de verdunning van de ozonlaag

Protocol van Kyoto inzake klimaatverandering   (Engelse versie)

Het protocol van Kyoto heeft betrekking op de volgende zes broeikasgassen: koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide (N2O), fluorkoolwaterstoffen (HFK's), perfluorkoolstoffen (PFK's) en zwavelhexafluoride (SF6).

De Partijen uit annex-B (de geïndustrialiseerde landen) van het Protocol van Kyoto verbinden zich ertoe de emissies van broeikasgassen in de periode 2008-2012 te verminderen met ten minste 5% tegenover het niveau van 1990. De 15 lidstaten van de toenmalige Europese Unie (1997) samen moeten hun uitstoot van broeikasgassen tussen 2008 en 2012 met ten minste 8% terugdringen. Voor België wordt een reductie van 7,5% opgelegd.

De Partijen die dit wensen, kunnen voor de emissies van HFK's, PFK's en SF6 het jaar 1995 als referentiejaar gebruiken.

Share/Save