Doelstelling
Licht_verkeer
Zwaar_verkeer
Brandstoffen & Technologieën
Verkeer & Milieu
Fiscaliteit & Promo
FAQ
| Dieselmotor | LPG | Aardgas | Waterstof | Bio | Elektrisch | Brandstofcel | Hybride
Het merendeel van de LPG-voertuigen zijn omgebouwde conventionele voertuigen. Voor personenwagens zijn dat benzinevoertuigen waarin de LPG-installatie meestal wordt geïnstalleerd naast het oorspronkelijk brandstofsysteem (bifuel). In vrachtwagens en bussen wordt het conventionele (diesel) brandstofsysteem meestal volledig vervangen.
Vonkontstekingsmotoren zijn geschikt voor het gebruik van LPG. Het LPG-brandstofsysteem bestaande uit een tank waarin het LPG onder druk wordt opgeslagen en een aangepast brandstofregelsysteem kan zonder grote problemen in een benzinewagen geplaatst worden. Doordat het conventionele benzinesysteem bruikbaar blijft, kunnen wagens met LPG ook worden gebruikt in gebieden waar geen LPG verkrijgbaar is.
In de loop van de tijd zijn drie soorten LPG-installaties ontwikkeld:
Daar geen enkel systeem universeel is moeten er per voertuigtype aanpassingen in de sturing en/of de inbouwmaten aangebracht worden.
In een voertuig wordt LPG onder druk opgeslagen, deze druk is echter relatief laag (~8 bar). Omdat de tanks als drukvaten zijn ontworpen is de kans op een beschadigde tank bij een ongeluk bij LPG lager dan bij benzine of diesel. In praktijk blijken ongelukken met LPG zeldzaam en vrijwel altijd te wijten aan lekken van brandstof of ondeskundige installatie van het LPG-systeem. Het lekken van LPG uit de tank is in moderne systemen niet meer mogelijk omdat tanks zijn voorzien van een vulbegrenzer waardoor maar tot 80% kan worden volgetankt.
| LPG-verbruik van een personenwagen vergeleken met | benzine | diesel |
| Brandstofverbruik [l/100km] | 123-130% | 170-190% |
| Energieverbruik [MJ/km] | 96-97% | 120-140% |
Groot voordeel van LPG ten opzichte van benzine zijn de lagere emissies bij lage temperaturen. Bij benzine moet bij een koude start extra benzine aan het mengsel worden toegevoegd om er zeker van te zijn dat er voldoende benzine verdampt. Omdat LPG gasvormig is bij het ontstaan van het verbrandingsmengsel, is geen verrijking van het mengsel nodig, de motor loopt vrijwel van bij de start stoichiometrisch.
| Emissies van LPG vergeleken met benzine diesel | benzine | diesel |
| CO [g/km] | 20-83% | 150-300% |
| HC [g/km] | 33-86% | 80-150% |
| NOx [g/km] | 62-33% | 10-50% |
| CO2 [g/km] | 83-88% | 105-120% |
| PM [g/km] | 53-100% | 5-15% |
In LPG personenwagens is meestal het benzinebrandstofsysteem nog steeds aanwezig. De verdampingsemissies, die de helft van de totale HC emissie vormen, worden in de praktijk dus niet gereduceerd. Bij gelijk volumetrisch verbruik zijn de CO2 emissies van LPG lager dan die van een benzineauto omdat bij LPG de verhouding koolstof/waterstof lager is.
Omdat LPG gasvormig is, draagt het minder snel bij tot vervuiling van bodem, lucht en water dan benzine of diesel.
Momenteel rijden er in België circa 50 000 voertuigen op LPG. LPG personenwagens zijn vrijwel altijd ‘retrofitted’ (de installatie wordt achteraf gemonteerd). OEM of ‘af fabriek’ LPG personenwagens worden slechts op kleine schaal gebruikt. In principe is iedere benzinewagen met katalysator geschikt voor de inbouw van een LPG-installatie. Voor elk type dient evenwel een aangepaste installatie gebruikt te worden. Echter niet voor alle motortypen zijn LPG-installaties beschikbaar. Meer informatie vind je op www.LPG.be
De conversie van een personenwagen op benzine tot een LPG-voertuig kost ongeveer € 1.500 à 2.500 (kostenniveau 2003).
Ten opzichte van de benzinewagen dient er in België een jaarlijkse bijkomende belasting betaald te worden voor wagens met een LPG-installatie. Deze belasting bedraagt ongeveer € 90, tot € 210, al naargelang het vermogen van de auto.
Kosten van onderhoud zijn vergelijkbaar met onderhoudskosten aan conventionele voertuigen.
De installatie van een LPG-systeem is onderworpen aan een koninklijk besluit met betrekking tot de technische vereisten. Vooraleer een voertuig met LPG op de openbare weg mag komen, is een autokeuring vereist. Een jaarlijkse technische keuring van de LPG- installatie is eveneens verplicht. Een voertuig uitgerust met een LPG-installatie daterende van vóór juli 2001 (met een overgangsperiode tot juli 2002) dient achteraan steeds voorzien te zijn van een reglementaire sticker met het letterwoord LPG op. Voertuigen met installaties daterende van een latere datum vallen niet meer onder deze verplichting. Deze voertuigen moeten echter wel een doorzichtige sticker op de voorruit kleven, die geleverd wordt bij het eveneens verplichte montagegetuigschrift.
LPG is zwaarder dan lucht. Dit betekent dat in geval van een lek, de damp laag boven de grond blijft hangen waar het in aanraking kan komen met ontstekingsbronnen. Daarom kunnen LPG-voertuigen niet altijd parkeren in ondergrondse parkings. Er is geen wettelijk verbod tot het ondergronds parkeren. Het nemen van enkele maatregelen zoals het voorzien van een ventilatie, het plaatsen van gasdetectoren en het gebruik van vulbegrenzers maakt dat het mogelijk is om de veiligheid te waarborgen in ondergrondse parkeerplaatsen.