MVV - Emissies

Emissies | ECOscore | CO2-Labelling | Emissiewetgeving | Milieuvriendelijke rijstijl

Bij de verbranding in de motor komen emissies vrij. Deze kunnen onderverdeeld worden in twee categorieën: schadelijke emissies met een effect op de luchtkwaliteit en broeikasgassen.
In onderstaande tabel wordt aangegeven welke emissies belangrijk zijn voor welke brandstoffen.
(+: hoge uitstoot, -: relatief lage uitstoot)

Component   Benzine Diesel LPG Aardgas
Luchtkwaliteit          
Roetdeeltjes PM - + - -
Stikstofoxide NOx - + - -
Niet-Methaan Koolwaterstoffen NM-KWS + - - -
Koolstofmonoxide CO + - - -
Opwarming aardatmosfeer          
Koolstofdioxide CO2 + + + +
Methaan CH4       +
Distikstofoxide N2O + + + +

De emissies met een negatieve impact op de luchtkwaliteit hebben een aantal negatieve effecten voor mens en milieu. De belangrijkste effecten zijn directe gezondheidsschade, ozonvorming, verzuring en schade aan natuur en gebouwen.

Directe impact op gezondheid:

De meeste polluenten kunnen een directe impact op de gezondheid van de mensen hebben. Dit gezondheidseffect kan verschillende vormen aannemen: acute gezondheidseffecten (toxische stoffen, effecten op luchtwegen en ademhaling, neurologische effecten) en chronische effecten (kankerverwekkende stoffen, chronische aandoeningen van de luchtwegen, effecten op cardiovasculair stelsel, ontwikkeling van allergieën en astma).
Roetdeeltjes
Deeltjes zijn kleine roetkernen waarop verscheidene organische en anorganische componenten zijn geadsorbeerd, voornamelijk resten olie en brandstof. De meeste deeltjes zijn kleiner dan 1 µm. Ten gevolge van die kleine diameter is de kans hoog dat de deeltjes in de longen opgenomen worden in het bloed. De deeltjes kunnen leiden tot neus-, keel- en oorirritatie. Bij langdurige blootstelling kunnen zij chronische longziekten veroorzaken. Recent hecht men vooral belang aan de kankerverwekkende eigenschappen en gevolgen voor het cardiovasculair stelsel die deeltjes hebben, voornamelijk ten gevolge van de geadsorbeerde PAK’s. De belangrijkste bron van roetdeeltjes zijn dieselwagens. Recent onderzoek wijst echter ook uit dat de uitstoot van (kleinere) deeltjes door direct ingespoten benzinemotoren significant zou kunnen zijn. Het wegverkeer is naar schatting verantwoordelijk voor 22% van de totale deeltjesuitstoot in Vlaanderen.
Koolwaterstoffen
De groep van koolwaterstoffen bestaat uit een hele waaier van verschillende stoffen. Naast een indirect effect op de gezondheid via ozonvorming (zie verder), zijn er een aantal stoffen in deze groep die ook een direct effect op de gezondheid kunnen hebben. Benzeen en 1,3 butadieen zijn de voornaamste kankerverwekkende stoffen die tot de groep van de koolwaterstoffen behoren. Voornaamste bron van onverbrande koolwaterstoffen zijn benzinemotoren. Het verkeer is verantwoordelijk voor 33% van de totale uitstoot van KWS.
Koolstofmonoxide
CO is een toxisch gas dat ontstaat door onvolledige verbranding van de brandstof. Hoge concentraties zijn dodelijk. Bij blootstelling aan lagere concentraties kunnen cardiovasculaire effecten, neurologische effecten en aantasting van de luchtwegen optreden. Het verkeer is verantwoordelijk voor de uitstoot van 50% van de totale CO-uitstoot. Gevaarlijke concentraties kunnen zich voordoen in afgesloten ruimtes (tunnels, garages) of bij heel druk verkeer in de stad. Stikstofoxiden Van de stikstofoxiden is NO2 de belangrijkste verbinding die aanleiding kan geven tot directe effecten op de gezondheid. NO2 kan schade aan de luchtwegen veroorzaken en onomkeerbare veranderingen aan het longweefsel teweeg brengen. Het verkeer is de belangrijkste bron voor de uitstoot van NOx (50% van de totale emissie), vooral door dieselwagens.
Zwaveldioxide
SO2, vooral door de oxidatie met water tot zwavelzuur, kan schade aan de luchtwegen veroorzaken en bij langdurige irritatie kan de kans op infecties toenemen (chronische bronchitis). Door de lage zwavelinhoud van benzine en diesel zijn de uitlaatemissies van SO2 verwaarloosbaar vergeleken met de uitstoot bij de brandstofproductie.

Ozonvorming
Een belangrijk gezondheidseffect van het verkeer is het ontstaan van zomersmog. Bepaalde KWS en NOx reageren onder invloed van zonlicht en hoge temperaturen tot ozon, met te hoge ozonconcentraties tot gevolg op warme zomerdagen. Verhoogde ozonconcentraties veroorzaken irritatie van keel, neus en ogen, moeilijke ademhaling en kan leiden tot versnelde longveroudering. Vooral kinderen en bejaarden zijn gevoelig voor te hoge ozonconcentraties.

Schade aan natuur en gebouwen
Het voornaamste schadelijk effect voor natuur en gebouwen is de verzuring ten gevolge van zwavel en stikstofverbindingen. SO2 en NOx worden omgezet tot zuren, die in vloeibare of droge vorm op het aardoppervlak neerkomen, zogenaamde natte depositie (zure regen) of droge depositie. Verzuring leidt tot degradatie van vegetatie en resulteert in veranderingen in fauna en flora. Tevens tast de verzuring historische gebouwen aan. Vermesting is ook een belangrijk effect op de natuur waarin de uitstoot van NOx een rol speelt. Vermesting is de ontregeling van ecologische processen en kringlopen door een overmatige toevoer van nutriënten (stikstof en fosfor) in het milieu. De belangrijkste gevolgen van vermesting zijn een kwalitatieve achteruitgang van vegetaties en oppervlaktewater. Het verkeer is verantwoordelijk voor 16% van de totale uitstoot van verzurende emissies in Vlaanderen. Wat betreft de vermesting is 6% van de stikstof- en fosforbelasting toe te wijzen aan het verkeer.

Lawaaihinder
Geluidsoverlast is een belangrijk milieuprobleem met een impact op gezondheid en levenskwaliteit van mensen. Het motorgeluid van personenwagens is gereglementeerd, de norm bedraagt momenteel 75dB voor dieselwagens en 74 dB voor benzinewagens. Het geluidniveau van het verkeer zal zelden directe en irreversibele schade veroorzaken, maar resulteert wel op langere termijn in irreversibele schade. Geluid en trillingen resulteren in een verstoring van bepaalde activiteiten zoals slapen, communiceren, lezen, … De menselijke gezondheid kan dus indirect beïnvloed worden door vermoeidheid, hoofdpijn, onrustige slaap, verhoogde bloeddruk. De kans op een hartinfarct stijgt ten gevolge van lawaaihinder. Het verkeer is verantwoordelijk voor 60% van de totale lawaaihinder in Vlaanderen. Ongeveer 25% van de bevolking is blootgesteld aan hinderlijke verkeersgeluid.

Broeikasgaseffect
Naast emissies met een negatieve impact op de luchtkwaliteit worden door voertuigen broeikasgassen uitgestoten, waarvan een algemene consensus bestaat dat deze mede verantwoordelijk zijn voor de opwarming van de aardatmosfeer die een invloed heeft op de klimatologische omstandigheden.

In de atmosfeer zijn gassen aanwezig die de invallende zonnestralen doorlaten, maar de reflecterende aardwarmte absorberen zodat er een leefbaar klimaat in de lagere atmosfeer heerst. Zonder de aanwezigheid van deze broeikasgassen zou onze aarde niet leefbaar zijn, maar door menselijke activiteiten waarbij broeikasgassen vrijkomen wordt het evenwicht verstoord. De effecten van die verstoring zijn niet precies gekend. Klimaatwijziging, stijging van de zeespiegel, vergroten van woestijngebieden, verdwijnen van biotopen zijn mogelijke effecten. Men weet wel dat de effecten zeer veel impact kunnen hebben, zich op lange termijn zullen blijven manifesteren en mondiaal zijn.

Koolstofdioxide (CO2)
In een motor wordt brandstof verbrand waardoor er CO2 wordt gevormd. De CO2 emissie is daarom evenredig met het verbruik van de wagen: hoe meer brandstof er verbrand wordt, hoe meer CO2 er wordt uitgestoten. Benzinevoertuigen stoten bijgevolg meer CO2 uit vergeleken met dieselvoertuigen. CO2 is geen gevaarlijk gas maar speelt een zeer belangrijke rol in het broeikaseffect. CO2 is het voornaamste broeikasgas dat door menselijke activiteit vrijkomt. De transportsector is verantwoordelijk voor ongeveer ¼ van de CO2-uitstoot in Vlaanderen. De uitstoot van CO2 door een wagen is, in tegenstelling tot de uitstoot van andere polluenten (zie verder) niet genormeerd. Er is wel een overeenkomst afgesloten tussen de automobielindustrie en de Europese Commissie om de gemiddelde uitstoot van CO2 van een nieuwe personenwagen te verlagen met 25% in 2008 (gemiddeld 140 g/km) tegenover 1995. Er is ook een protocol afgesloten door de industrielanden op de conferentie in Kyoto in 1995 waarin de landen zich verbinden om de totale CO2-uitstoot tegen 2012 te verminderen met minstens 5% ten opzichte van het niveau van 1990. België moet een reductie realiseren van 7.5%. Van 1990 tot 1997 is de totale CO2 uitstoot echter met 10% gestegen in plaats van gedaald.

Methaan (CH4)
Methaan is, naast CO2, een belangrijk broeikasgas. 1 gram CH4 is equivalent met 4 g CO2 wat betreft het broeikaspotentieel. De methaan uitlaatgasemissie is voor aardgasvoertuigen significant. De uitstoot van methaan wordt niet gemeten tijdens de typegoedkeuring van een voertuig.

Distikstofoxide (N2O)
Distikstofoxide is het derde broeikasgas dat uitgestoten wordt door voertuigen. 1 gram N2O is equivalent met 310 g CO2 wat betreft het broeikaspotentieel. De emissie is afhankelijk van de brandstofsoort en het type katalysator en is niet gereglementeerd.

Share/Save