MVV - Ecoscore

Emissies | ECOscore | CO2-Labelling | Emissiewetgeving | Milieuvriendelijke rijstijl

Het bepalen van de milieuvriendelijkheid van een voertuig is niet eenvoudig omdat er aan verschillende emissies met verschillende effecten een weging moet worden toegekend.

In het onderzoeksproject ‘Ecoscore’ dat werd uitgevoerd door VITO, VUB en ULB in opdracht van het Vlaams Gewest, werd een methodologie ontwikkeld voor het berekenen van de Ecoscore die toelaat het volledig voertuigenpark (conventionele en alternatieve technologieën, oude en nieuwe voertuigen, personenwagens, zware voertuigen, tweewielers) met elkaar te vergelijken.

De Ecoscore is een verbeterde methodologie van 2 bestaande methodologieën, degene ontwikkeld in het Schone voertuigenproject voor het Brussels Gewest (http://www.ibgebim.be) en de Cleaner Drive methodologie ontwikkeld in een Europees onderzoeksproject.

In de databank milieuvriendelijk voertuig kan u de Ecoscore van alle voertuigen die worden aangeboden op de Belgische markt met elkaar vergelijken.

De Ecoscore wordt berekend aan de hand van de belangrijkste emissies die door het voertuig worden uitgestoten (uitlaatemissies) en de emissies van de productie en distributie van de brandstof (brandstofcyclusemissies). Deze emissiewaarden worden gecombineerd in een milieuscore van 0 tot 100 – hoe hoger de score hoe milieuvriendelijker de wagen. De emissies worden onderverdeeld in drie categorieën: emissies met impact op broeikaseffect en emissies met impact op luchtkwaliteit (onderverdeeld in impact op gezondheid en impact op ecosystemen) en geluidsemissies.

 

    Voor broeikasgassen worden volgende emissies meegenomen in de berekening:
  • Koolstofdioxide (CO2)
  • Methaan (CH4)
  • Stikstofoxide (N2O)

Het relatieve gewicht van de verschillende broeikasgassen is bepaald door het ‘global warming potential, GWP’ waarbij alle broeikasgassen worden uitgedrukt in CO2-equivalenten. De omrekeningsfactor is deze berekend volgens het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) van de VN.

 

    Voor luchtkwaliteitsemissies worden volgende emissies meegenomen in de berekening:
  • Koolstofmonoxide (CO)
  • Koolwaterstoffen (HC)
  • Stikstofoxiden (NO2)
  • Roetdeeltjes (PM)
  • Zwaveldioxide (SO2)

Voor de weging van de luchtkwaliteitsemissies wordt gebruikt gemaakt van de externe kosten methodologie. In deze methodologie wordt een monetaire waarde (uitgedrukt in €/g) toegekend aan de verschillende emissies gebaseerd op de impact die de emissies hebben en de schade die ze berokkenen aan mens en milieu. Deze monetaire waarden worden berekend in uitgebreide onderzoeksprojecten met medewerking van milieu- en gezondheidsexperten en economisten. De methodologie geeft ook verschillende waarden voor emissies uitgestoten in stedelijke of niet stedelijke omgeving. Voor de brandstofcyclusemissies worden de niet stedelijke externe kosten gebruikt, voor de uitlaatemissies wordt een landspecifiek stedelijke / niet stedelijke gemiddelde gebruikt in de berekening van de milieuscore. De gebruikte waarden zijn afkomstig van het project ExterneE, een project gefinancierd door de Europese Commissie dat een wetenschappelijke referentie is op gebied van externe kosten.

 

    Voor geluidsemissies wordt volgende meegenomen in de berekening:
  • Motorgeluid (dB(A))

Voor alle types voertuigen wordt de impact in de drie categorie?n vergeleken met de impact veroorzaakt door het referentievoertuig. Het referentievoertuig wordt gedefinieerd als ‘best beschikbare technologie’, voor personenwagens bijvoorbeeld is dat een voertuig dat voldoet aan de euro 4 standaard met een CO2-uitstoot van 120 g/km. De weging van de drie impact-categorieën tot één indicator voor de milieuvriendelijkheid van het voertuig gebeurt op basis van de wegingsfactoren uit onderstaande tabel.

 

    Schadecategorie Wegingsfactor
  • Broeikaseffect 50%
  • Luchtkwaliteit 40%
  •   + Menselijke Gezondheid (20%)
  •   + Ecosystemen (20%)
  • Geluid 10%

Voor de uitlaatemissies worden de emissies gemeten tijdens de typegoedkeuringstest (zie emissiewetgeving) voor de gereglementeerde emissies (CO, KWS, NOx, diesel PM) genomen, indien deze niet beschikbaar zijn, o.a. voor voertuigen met alternatieve brandstof of aandrijftechnologie of retrofit-technologie, worden waarden gebruikt gemeten in objectieve tesprogramma’s volgens vergelijkbare testcycli. Voor oude voertuigen waarvoor geen homologatiedata beschikbaar waren werd gebruik gemaakt van de emissiedata vanuit het COPERT onderzoeksprogramma.

Het gebruik van de emissiewaarden gemeten tijdens de typegoedkeuring laten toe voor vergelijkbare data te verkrijgen voor het volledige voertuigenpark, hoewel de emissies in het reële verkeer sterk kunnen afwijken van deze geregistreerd tijdens de testcyclus.

Emissies van de brandstofcyclus zijn deze uitgestoten tijdens de extractie van de brandstof, raffinage, transport en distributie. Deze zijn uitgedrukt in gram per gigajoule geproduceerde brandstof en worden aan de hand van het brandstofverbruik van de wagen herrekend naar g/km. In de methodologie worden de emissies van CO2, CO, NOx, CH4, NMHC, SO2 en PM verrekend afkomstig uit het project ‘Methodologies for Estimating Air Pollutant Emissions from Transport’, kortweg MEET, gefinancierd door de Europese Commissie.

de methodologie werd ontwikkeld in samenwerking met VUB en ULB.
Meer informatie over de methodologie en gebruikte data is terug te vinden in de eindrapporten van het Ecoscore project (toe te voegen: downloadbare eindrapporten).

Share/Save