Lichthinder wegen Technieken

Wat  | Technieken  | Voorbeelden  | Aanbevelingen, normen en reglementen  | Controle  | Beleid 

Hierbij een overzicht van technieken die kunnen gebruikt worden om lichthinder te beperken. Voor een correcte opbouw van een goed verlichtingssysteem dienen normen en reglementen gevolgd te worden. Deze website is geen handleiding voor het uitwerken van verlichtingsprojecten, hiervoor kan best beroep gedaan worden op verlichtingsspecialisten.

De technieken zijn gebaseerd op:

  1. Juiste keuze van het lamptype
  2. Juiste keuze van de inplanting en van het verlichtingstoestel
  3. Gebruik van diminstallaties met elektronische ballasten en beheersystemen
  4. Verlichtingsrendement zoals berekend in verlichtingsinstallaties in de tertiaire sector
  5. Gebruik van signalisatie ter vervanging van verlichting
  6. Gebruik de juiste kleur waar nodig

 

1. Juiste keuze van het lamptype

HOGEDRUKNATRIUMLAMPEN 

terug

    In deze lampenfamilie heeft men de keuze tussen verschillende types:
  • Standaard hogedruknatriumlampen van het heldere buistype NaHP-TC, gekend onder de commerciële benamingen SON-T, NAV-T, SHP-T enz.
  • hogedruknatriumlampen van het heldere buistype NaHP-TC met verhoogd rendement, waarbij de commerciële benamingen een toevoeging krijgen als –Plus of –Super enz.
  • Standaard hogedruknatriumlampen met gepoederde ovoïde buitenballon NaHP-BF, gekend onder de commerciële benamingen SON, NAV, SHP
  • hogedruknatriumlampen met gepoederde ovoïde buitenballon NaHP-BF met verhoogd rendement, waarbij de commerciële benamingen een toevoeging krijgen als ‘Plus’ of ‘Super’ enz.
  • Kwikvrije hogedruknatriumlampen zowel in heldere buistype als met gepoederde ovoïde buitenballon
  • hogedruknatriumlampen met verhoogde kleurweergave zowel in heldere buistype als met gepoederde ovoïde buitenballon
  • hogedruknatriumlampen van het heldere buistype met een witte lichtkleur

Ingevolge de Verordening (EG) Nr. 245/2009 van de Europese Commissie van 18 maart 2009 die minimum rendementseisen oplegt aan lampen voor straatverlichting en andere gelijkaardige toepassingen zullen de lamptypes 1, 3, 5, 6 en 7 niet meer mogen verkocht worden in geheel de Europese Unie vanaf 2012.
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2009:076:0017:0044:NL:PDF

 

Hogedruknatriumlamp van het heldere buistype NaHP-TC met verhoogd rendement  
terug

 


Deze lamp heeft een hoge lichtopbrengst gedurende haar lange levensduur, een aangename lichtkleur (goudgeel), een voldoende kleurweergave voor wegverlichting en is temperatuursonafhankelijk. Deze geconcentreerde lichtbron laat het gebruik van performante, gerichte verlichtingstoestellen toe.

Lichtkleur goudgeel
Kleurweergave : Ra of KWI +/- 25 voldoende voor normale straatverlichting
Voorschakelapparaat nodig
: ja
Vermogens : 50 tot 600 W
Lichtopbrengst : 4400 tot 90000 lm
Lichtrendement : 88 tot 150 lm/W
Lampvoeten : E27 en E40
Mediane levensduur : 16000u met klassieke VSA (met elektronische VSA is een langere levensduur te verwachten) (1)
Dimbaar : tot 30 % licht met speciale voorschakelapparatuur
Ontstekingstijd : +/- 5 min
Temperatuurgevoelig : neen
Invloed op insecten : weinig aantrekking

(1) er bestaan eveneens lampen met dubbele brander waarvan de te verwachte levensduur groter zou zijn dan 16000u

 

Standaard hogedruknatriumlamp van het heldere buistype NaHP-TC             
 terug

 


Deze lamp die momenteel soms nog gebruikt wordt omwille van de iets gunstigere prijs heeft grosso modo dezelfde eigenschappen als de lamp met verhoogd rendement die hierna besproken wordt. Omwille van de lagere lichtopbrengst en kortere levensduur behaalt zij in de levensduuranalyse een lagere score dan de gelijksoortige lamp met verhoogd rendement. Om deze reden wordt zij dan ook vanaf 2012 uit de markt genomen.

 

Standaard hogedruknatriumlamp met gepoederde, ovoïde buitenballon NaHP-BF terug

Voor deze lamp geldt dezelfde opmerking als voor de standaard hogedruknatriumlamp met heldere buisvorm. Zij verdwijnt dus ook van de Europese markt in 2012.

 

Hogedruknatriumlamp met gepoederde, ovoïde buitenballon NaHP-BF met verhoogd rendement    
terug

Deze lamp heeft ongeveer dezelfde eigenschappen als de hogedruknatriumlamp van het heldere buistype met verhoogd rendement maar het rendement is meestal iets lager. Ze is echter niet geschikt voor straatverlichting. Door haar gepoederde ballonvorm is het gebruik van verlichtingstoestellen met performante spiegeloptieken niet mogelijk. Deze lamp wordt nog wel gebruikt in bepaalde oudere, decoratieve verlichtingstoestellen waar de lamp rechtstreeks zichtbaar is en waar een heldere buisvorm verblinding zou kunnen veroorzaken. Voor nieuwe toepassingen bestaan er echter voldoende decoratieve toestellen die wel geschikt zijn voor een heldere buislamp en die een veel hoger verlichtingsrendement hebben.

Lichtkleur : goudgeel
Kleurweergave : Ra of KWI +/- 25 voldoende voor normale straatverlichting
Voorschakelapparaat nodig : ja
Vermogens : 50 tot 400W
Lichtopbrengst : 3500 tot 48000 lm
Lichtrendement : 70 tot 120 lm/W
Lampvoeten : E27 en E40
Mediane levensduur : 16000 u met klassieke VSA (met elektronische VSA is een langere levensduur te verwachten)
Dimbaar : tot 30% licht met speciale voorschakelapparatuur
Ontstekingstijd : +/- 5 min
Temperatuursgevoelig : neen
Invloed op insecten : weinig aantrekking

 

Kwikvrije hogedruknatriumlamp, zowel van het heldere buistype als met gepoederde, ovoïde buitenballon terug

  

Deze lamp die momenteel soms nog gebruikt wordt omwille van milieu-overwegingen heeft dezelfde algemene eigenschappen als de andere hogedruknatriumlampen maar heeft ook weer een lagere lichtopbrengst en levensduur. Omwille van de lagere lichtopbrengst en kortere levensduur behaalt zij in de levensduuranalyse een veel lagere score dan de hogedruknatriumlamp met verhoogd rendement. Bovendien wordt er bij de produktie van elektriciteit met steenkool ook kwik in het milieu gebracht en de kwikbalans is dan reeds negatief voor deze kwikvrije lamp. Bovendien dienen ingevolge deEuropese Richtlijn 2002/96/EG van het Europees parlement en de raad van 27 januari 2003 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) alle ontladingslampen verzameld te worden voor recyclage.  Zie: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2003:037:0024...

In België gebeurt dit door recupel. Zie voor info: http://www.recupel.be .

Hierdoor wordt de kwikbalans voor het milieu nogmaals ongunstiger voor de kwikvrije lampen. Om deze reden wordt zij dan ook vanaf 2012 uit de markt genomen.

 

Hogedruknatriumlamp met verhoogde kleurweergave zowel van het heldere buistype als met  gepoederde, ovoïde buitenballon terug

  

Het belangrijkste verschil met de andere hogedruknatriumlampen is de verhoogde kleurweergave nl. KWI >60. Het gevolg hiervan is een fel verminderde lichtopbrengst en een kortere levensduur. Aangezien er momenteel voldoende alternatieven zijn voor deze lamp in de reeks van de metaalhalogenidelampen en gezien haar slechte score in de levensduuranalyse wordt zij eveneens van de Europese markt genomen vanaf 2012.

 

Witte hogedruknatriumlamp terug

  

Deze witte hogedruknatriumlamp met commerciële benaming ‘white SON’ is vooral op de markt gebracht voor de aanstraling van koopwaar in winkels, ter vervanging van gloei- en halogeenlampen. De belangrijkste eigenschappen zijn:

Lichtkleur : warm wit
Kleurweergave : Ra of KWI > 90
Voorschakelapparaat nodig
: ja
Vermogens : 35 tot 100 W
Lichtopbrengst : 1300 tot 5000 lm
Lichtrendement : 40 tot 52 lm/W
Lampvoeten : PG12-1 en GX 12-1
Mediane levensduur : 15000 u (enkel met elektronische VSA)
Dimbaar : neen
Ontstekingstijd : +/- 5 min
Temperatuurgevoelig : neen
Invloed op insecten : aantrekking

Door deze slechte eigenschappen van lichtopbrenst is deze lamp niet geschikt voor straatverlichting. Voor nieuwe installaties zijn er voldoende alternatieven in de reeks metaalhalogenidelampen.

 

METAALHALOGENIDE LAMPEN

terug

    In deze lampenfamilie heeft men ook verschillende types:
  • Metaalhalogenidelampen van het heldere buistype HgIHP-TC met een kwartsbrander, gekend onder de commerciële benamingen HPI-T, HQI-T, HSI-T enz.
  • Metaalhalogenidelampen met gepoederde ovoïde buitenballon HgIHP-BF met een kwartsbrander, gekend onder de commerciële benamingen HPI, HQI, HSI enz
  • Metaalhalogenidelampen van het heldere buistype HgIHP-TC met een keramische brander, gekend onder de commerciële benamingen CDM-T, CDO-TT, CMI-T, HCI-T enz.
  • Metaalhalogenidelampen met gepoederde ovoïde buitenballon HgIHP-BF met een keramische brander, gekend onder de commerciële benamingen CDO-ET, CMI, HCI enz.
  • Metaalhalogenidelampen van het heldere buistype HgIHP-TC met een keramische brander van de nieuwe generatie, gekend onder de commerciële benaming Cosmo-white.

Ingevolge de Verordening (EG) Nr. 245/2009 van de Europese Commissie van 18 maart 2009 die minimum rendementseisen oplegt aan lampen voor straatverlichting en andere gelijkaardige toepassingen zullen de meeste, huidige lamptypes met kwartsbrander ( 1 en 2) niet meer mogen verkocht worden in geheel de Europese Unie vanaf 2017. Zie: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2009:076:0017:0044:NL:PDF

 

Metaalhalogenidelamp van het heldere buistype HgIHP-TC met een keramische brander van de nieuwe generatie 
terug

Deze lampen met kleine afmetingen hebben dezelfde basiseigenschappen als alle metaalhalodgenidelampen. Hun lichtopbrengst benadert en overtreft zelfs de lichtopbrengst van de hogedruknatriumlampen. De fabrikant garandeert ook dat hun levensduur en hun lumendepreciatie gedurende hun levensduur aanzienlijk verbeterd is. Deze functionele verbeteringen hebben wel een nadelige invloed op hun kleurweergave met een KWI >60 wat echter nog steeds uitstekend is voor straatverlichting. Deze lampen hebben een specifieke lampvoet en werken ook enkel op elektronsiche voorschakelapparatuur. Door gebruik van deze nog geconcentreerdere lichtbron kunnen nog performantere gerichte verlichtingstoestellen gebruikt worden waardoor een zeer hoog verlichtingsrendement kan bereikt worden. Deze lampen met keramische brander van de nieuwe generatie zijn beschikbaar met een vermogen van 45 tot 140W.

Lichtkleur : wit
Kleurweergave : Ra of KWI > 60
Voorschakelapparaat nodig : ja
Vermogens : 45 tot 140 W
Lichtopbrengst : 4300 tot 16500 lm
Lichtrendement : 96 tot 118 lm/W
Lampvoeten : PGZ12
Mediane levensduur : 16000 tot 17000h (enkel met elektronische VSA)
Dimbaar : momenteel nog geen gepast dimbaar VSA
Ontstekingstijd : +/- 5 min
Herontstekingstijd : +/- 15 min
Temperatuurgevoelig : neen
Invloed op insecten : aantrekking

 

Metaalhalogenidelamp van het heldere buistype HgIHP-TC met een keramische brander  terug

 

 

Deze lampen hebben dezelfde basiseigenschappen als de metaalhalogenidelampen met een kwartsbrander. Hun lichtopbrengst en levensduur kan iets hoger zijn, maar ze lijden ook aan lumendepreciatie gedurende hun levensduur. Deze lampen behouden echter wel hun kleureigenschappen gedurende hun levensduur. Aangezien deze lampen dezelfde grootte hebben als een gelijksoortige hogedruknatriumlamp en ook op dezelfde voorschakelapparatuur kunnen werken, kan zonder problemen overgeschakeld worden van een hogedruknatriumlamp op een metaalhalogenidelamp en omgekeerd zonder toestel of VSA te moeten vervangen. Deze geconcentreerde lichtbron laat het gebruik van performante gerichte verlichtingstoestellen toe. De lampen met keramische brander zijn beschikbaar met een vermogen van 70 tot 250W.

Lichtkleur : wit
Kleurweergave : Ra of KWI > 80
voorschakelapparaat nodig : ja
Vermogens : 50 tot 250W
Lichtopbrengst : 4150 tot 22500 lm
Lichtrendement : 78 tot 92 lm/W
Lampvoeten : E27 en E40
Mediane levensduur : 8000 tot 16000u
Dimbaar : problematisch en enkel met gebruik van speciale voorschakelapparatuur
Ontstekingstijd : +/- 5 min
Herontstekingstijd : +/- 15 min
Temperatuurgevoelig : neen
Invloed op insecten : aantrekking

 

Metaalhalogenide lampen van het heldere buistype HgIHP-TC met een kwartsbrander
terug



Deze lampen hebben een goede lichtopbrengst, een minder lange levensduur dan een hogedruknatriumlamp, een kouder wit licht, een tamelijke tot goede kleurweergave en zijn temperatuuronafhankelijk. Deze geconcentreerde lichtbron laat het gebruik van performante gerichte verlichtingstoestellen toe. Een belangrijk nadeel van metaalhalogenidelampen is dat de lichtopbrengst snel daalt in de loop van hun levensduur, soms zelfs tot 80% na een brandduur van 4000 uur. Een herontsteking van de lamp b.v. na kortstondige stroomuitval is slechts mogelijk na volledige afkoeling d.i. na ongeveer 15 minuten. Bij sommige lampen met kwartsbrander verandert ook de lichtkleur en de kleurweergave in de loop van hun levensduur. De meeste, huidige lampen van dit type voldoen niet aan de eisen gesteld in Verordening (EG) Nr. 245/2009 voor het jaar 2017. De lampen met kwartsbrander zijn beschikbaar met een vermogen van 50 tot 2000W.

Lichtkleur : warm wit
Kleurweergave : Ra of KWI van 65 tot 80
Voorschakelapparaat nodig : ja
Vermogens : 250 tot 2000 W
Lichtopbrengst : 20500 tot 210000 lm
Lichtrendement : 84 tot 107 lm/W
Lampvoeten : E40
Mediane levensduur : 10000 tot 20000h
Dimbaar : dimbaar tot 60 % licht met gebruik van speciale voorschakelapparatuur
Ontstekingstijd : +/- 5 min
Herontstekingstijd : +/- 15 min
Temperatuurgevoelig : neen
Invloed op insecten : aantrekking

 

Metaalhalogenide lampen van het ovoïde type met gepoederde buitenballon HgIHP-BF met een kwartsbrander  terug

 

 

 

Deze lampen hebben dezelfde eigenschappen als de types met heldere buisvorm: een goede lichtopbrengst, dezelfde levensduur, een goede kleurweergave (wit) en zijn ongevoelig voor koude temperaturen. Door hun gepoederde ballonvorm is het gebruik van verlichtingstoestellen met performante spiegeloptieken niet mogelijk. Deze lamp wordt nog wel gebruikt in bepaalde oudere, decoratieve verlichtingstoestellen waar de lamp rechtstreeks zichtbaar is en waar een heldere buisvorm verblinding zou kunnen veroorzaken.

Voor nieuwe toepassingen bestaan er echter voldoende decoratieve toestellen die wel geschikt zijn voor een heldere buislamp en die een veel hoger verlichtingsrendement hebben. Een belangrijk nadeel van metaalhalogenidelampen is dat de lichtopbrengst snel daalt in de loop van hun levensduur, soms zelfs tot 80% na een brandduur van 4000 uur. Een herontsteking van de lamp b.v. na kortstondige stroomuitval is slechts mogelijk na volledige afkoeling d.i. na ongeveer 15 minuten.

Bij sommige lampen met kwartsbrander verandert ook de lichtkleur en de kleurweergave in de loop van hun levensduur. De meeste, huidige lampen van dit type voldoen niet aan de eisen gesteld in Verordening (EG) Nr. 245/2009 voor het jaar 2017. De lampen zijn beschikbaar met een vermogen van 250 tot tot 400W.

Lichtkleur : wit
Kleurweergave : Ra of KWI van 65 tot 90
Voorschakelapparaat nodig : ja
Vermogens : 250 tot 400 W
Lichtopbrengst : 18000 tot 32500 lm
Lichtrendement : 72 tot 82 lm/W
Lampvoeten : E40
Mediane levensduur : 12000 tot 20000u
Dimbaar : dimbaar tot 60 % licht met gebruik van speciale voorschakelapparatuur
Ontstekingstijd : +/- 5 min
Herontstekingstijd : +/- 15 min
Temperatuurgevoelig : neen
Invloed op insecten : aantrekking

 

Metaalhalogenide lampen van het ovoïde type met gepoederde buitenballon HgIHP-BF met een keramische brander  terug

Deze lampen hebben dezelfde basiseigenschappen als de gelijkvormige metaalhalogenidelampen met een kwartsbrander. Hun lichtopbrengst en levensduur kan iets hoger zijn, maar ze lijden ook aan lumendepreciatie gedurende hun levensduur. Deze lampen behouden echter wel hun kleureigenschappen gedurende hun levensduur. Aangezien deze lampen dezelfde grootte hebben als een gelijksoortige hogedruknatriumlamp en ook op dezelfde voorschakelapparatuur kunnen werken, kan zonder problemen overgeschakeld worden van een hogedruknatriumlamp op een metaalhalogenidelamp en omgekeerd zonder toestel of VSA te moeten vervangen. Deze lamp kan nog wel gebruikt worden in bepaalde oudere, decoratieve verlichtingstoestellen waar de lamp rechtstreeks zichtbaar is en waar een heldere buisvorm verblinding zou kunnen veroorzaken. Voor nieuwe toepassingen bestaan er echter voldoende decoratieve toestellen die wel geschikt zijn voor een heldere buislamp en die een veel hoger verlichtingsrendement hebben. De lampen met keramische brander zijn beschikbaar met een vermogen van 70 tot 150W.

Lichtkleur : wit
Kleurweergave : Ra of KWI > 80
Voorschakelapparaat nodig : ja
Vermogens : 70 tot 150 W
Lichtopbrengst : 5600 tot 12500 lm
Lichtrendement : 79 tot 86 lm/W
Lampvoeten : E27 en E40
Mediane levensduur : 8000 tot 16000h
Dimbaar : problematisch en enkel met gebruik van speciale voorschakelapparatuur
Ontstekingstijd : +/- 5 min
Herontstekingstijd : +/- 15 min
Temperatuurgevoelig : neen
Invloed op insecten : aantrekking

 

LAGEDRUKNATRIUMLAMPEN

terug

Dit is de lamp met de hoogste lichtopbrengst: 100 tot 200 lm/W. Het gaat echter om monochromatisch geel-oranje licht. Daardoor levert deze lamp geen kleurherkenning op.
Door de grote afmetingen van deze lamp (lengte tot 1,12 m) kan er bovendien geen gebruik gemaakt worden van verlichtingstoestellen met performante spiegeloptieken. Bij éénzijdige opstelling langs een weg gaat hierdoor het voordeel van de hoge lichtopbrengst van de lamp volledig verloren.
Deze lamp is dus enkel nuttig voor snelwegverlichting met plaatsing op de middenberm. Ze geldt als uitontwikkeld.

Lichtkleur : geel-oranje
Kleurweergave : geen
Voorschakelapparaat nodig : ja
Vermogens : 18 tot 180 W
Lichtopbrengst : 1800 tot 32000 lm
lichtrendement : 100 tot 206 lm/W
Lampvoeten : BY22d
Mediane levensduur : 10000 tot 20000u
Dimbaar : neen
Ontstekingstijd : +/- 10 min
Temperatuurgevoelig : neen
Invloed op insecten : zeer weinig aantrekking

 

BUISVORMIGE FLUORESCENTIELAMPEN  (MET TWEE LAMPVOETEN)

terug

Naargelang het type hebben deze lampen een goede tot zeer goede lichtopbrengst, ze geven wit licht met een KWI van >60 tot >90. Deze lampen zijn echter minder geschikt voor buitenverlichting doordat de lichtopbrengst sterk afneemt bij lage temperaturen.
Deze lampen zijn hoofdzakelijk beschikbaar in drie verschillende diameters en telkens in meerdere vermogens:
- Ø38mm type T12 werkt enkel op magnetische ballasten
- Ø26mm type T8 kan zowel op magnetische als op elektronische ballast werken
- Ø16mm type T5 is enkel geschikt voor gebruik op elektronische ballast.
In buitenverlichting werden meestal de lampen met grote diameter (type T12) gebruikt, eventueel voorzien van een externe strip als starthulp omdat de lampen met deze grote diameter minder ontstekingsproblemen kennen bij koude temperaturen. Doordat deze lampen relatief veel kwik bevatten, een lager rendement hebben en een lage KWI (>60) worden deze lampen ook van de Europese markt gebannen door Verordening (EG) Nr. 245/2009 van de Europese Commissie van 18 maart 2009.
Er zullen enkel nog lampen met een kleine diameter (types T8 en T5) op de markt toegelaten worden. In het gamma van de T8 lampen zijn er Europese fabrikanten die lampen op de markt brengt voor koude temperaturen, met geringe afname van de lichtopbrengst.
Een bijkomend nadeel voor het gebruik van elke fluorescentielamp in buitenverlichting is de grote afmeting van deze lamp; daardoor kan er geen gebruik gemaakt worden van verlichtingstoestellen met performante spiegeloptieken voor straatverlichting. De lampen van het type T8 en T5 zijn wel dimbaar met de geschikte elektronische voorschakelapparatuur.

Lichtkleur : wit
Kleurweergave : Ra of KWI > 60, >80 of > 90 (naargelang het type)
Voorschakelapparaat nodig : ja
Vermogens 18 tot 180 W
Lichtopbrengst : 1800 tot 32000 lm
Lichtrendement : 70 tot 90 lm/W
Lampvoeten : G5 en G13
Mediane levensduur : 10000u (tot 24000u voor speciale lampen met lange levensduur)
Dimbaar : dimbaar tot 1 % licht met gebruik van elektronische voorschakelapparatuur
Ontstekingstijd : < 1 s bij gebruik van EVSA en 20°C
Temperatuurgevoelig : daling lichtopbrengst tot 10-20% bij –20°C behalve voor speciale uitvoeringen voor koude temperaturen
Invloed op insecten : aantrekking

 

COMPACTE  FLUORESCENTIELAMPEN MET ÉÉN LAMPVOET

terug

 

Naargelang het type hebben deze lampen een goede tot zeer goede lichtopbrengst, ze geven wit licht met een KWI van >80 tot >90. Deze lampen zijn echter ook onderhevig aan een afnemende lichtopbrengst bij koude temperaturen en daardoor niet ideaal voor buitenverlichting. Er zijn verschillende types van deze lamp op de markt met verschillende vormen, afmetingen en lampvoeten.
Elk type bestaat dan nog in twee verschillende uitvoeringen:
- voor gebruik op elektromagnetische ballasten
- voor gebruik op elektronische ballasten.
Beide uitvoeringen zijn niet omwisselbaar. Het verdient aanbeveling om bij de aankoop van een nieuw verlichtingstoestel te kiezen voor een elektronische uitvoering omdat het systeemrendement (= lm/W waarbij de W het totale vermogen is van lamp en ballast) veel hoger is voor de lamp met elektronische ballast. In 2017 wordt de verkoop van lampen voor magnetische ballasten daarom ook verboden tengevolge van de reeds eerder vernoemde Verordening (EG) Nr. 245/2009.
Door de grote afmetingen van deze lampen kan er bovendien geen gebruik gemaakt worden van verlichtingstoestellen met performante spiegeloptieken voor straatverlichting. De lamp voor de elektronische ballast is dimbaar met de gepaste voorschakelapparatuur.

Lichtkleur : wit
Kleurweergave : Ra of KWI > 80 tot 90 (goed tot uitstekend)
Voorschakelapparaat nodig : ja
Vermogens : 5 tot 57 W
Lichtopbrengst : 250 tot 3900 lm
Lichtrendement : 46 tot 87 lm/W
Lampvoeten : G23, 2G7, GR14q-1, G24d-1, G24d-2, G24d-3, G24q-é, G24q-3, …..enz.
Mediane levensduur : 13000u (tot 33000u voor speciale uitvoeringen)
Dimbaar : dimbaar tot 1 % licht met gebruik van speciale voorschakelapparatuur
Ontstekingstijd : + 1 s bij gebruik van EVSA en 20°C
Temperatuurgevoelig : daling lichtopbrengst tot 10-20% bij –20°C behalve voor speciale uitvoeringen voor koude temperaturen
Invloed op insecten : aantrekking

 

INDUCTIELAMPEN

terug

Inductielampen werken volgens hetzelfde principe en geven een gelijksoortig licht als de gewone fluorescentielampen. Doordat ze echter geen gebruik maken van sleetgevoelige elektrodes, halen zij een levensduur van 60000u.
Het elektronisch stuurapparaat dat de ontlading en de lichtopwekking veroorzaakt, stelt bepaalde eisen aan het gebruik. Deze lamp kan dan ook enkel aangekocht worden samen met en geïnstalleerd in een passend verlichtingstoestel.
Deze lamp is vooral geschikt voor gebruik op plaatsen waar het vervangen van een lamp problemen geeft.

Lichtkleur : wit
Kleurweergave : Ra of KWI > 80 (goed)
Voorschakelapparaat nodig : ja, maakt deel uit van het geheel
Vermogens : 55 tot 165 W
Lichtrendement : +/- 70 lm/W
Lampvoeten : geen, wordt enkel op de markt gebracht als geheel met een verlichtingstoestel
Mediane levensduur : 60000 h
Dimbaar : neen
Ontstekingstijd : +/- 5 s
Temperatuurgevoelig : weinig
Invloed op insecten : aantrekking

 

SPAARLAMPEN

terug

 

Spaarlampen zijn compacte fluorescentielampen met geïntegreerde voorschakelapparatuur. Omdat zij voorzien zijn om een standaardgloeilamp te vervangen, zijn ze beschikbaar met dezelfde E14 of E27 lampvoet.
Deze lampen die enkel in kleinere vermogens beschikbaar zijn hebben dezelfde eigenschappen als de gewone fluorescentielampen. Van deze lampen zijn uitvoeringen met verschillende levensduren op de markt.
Er bestaan ook uitvoeringen meer geschikt voor buitentoepassingen.

Lichtkleur : wit
Kleurweergave : Ra of KWI > 80 (goed)
Voorschakelapparaat nodig : neen
Vermogens : 5 tot 33 W (hogere vermogens uitzonderlijk)
Lichtopbrengst : 180 tot 2250 lm
Lichtrendement : 36 tot 65 lm/W
Lampvoeten : E14 en E27 (voor refelctorlampen ok GU10)
Mediane levensduur : 6000u - 10000u - 12000u -15000u
Dimbaar : neen
Ontstekingstijd : + 1 min bij 20°C tot 5 min bij < 0°C
Temperatuurgevoelig : daling lichtopbrengst bij koude behalve voor speciale uitvoeringen voor koude temperaturen
Invloed op insecten : aantrekking

 

LED ()

terug

Deze lichtbronnen zijn nog steeds in volle ontwikkeling.  Een producent heeft in november 2009 reeds een lichtopbrengst aangekondigd van 105 lm/W voor commerciëel beschikbare witte LED’s. Volgens de vooruitzichten van de Europese lampfabrikanten verwacht men in 2014 een rendement van meer dan 170 lm/W voor commerciëel beschikbare koud-witte LED’s (geschikt voor straat- en andere buitenverlichtingstoepassingen; voor warmwitte LED’s met ook nog een goede kleurweergave voor huishoudelijke toepassingen verwacht men dan een rendement te kunnen halen van meer dan 120 lm/W. (zie figuur hieronder). Ze presteren vooral bij lage temperatuur goed en slecht bij hoge temperaturen. Het rendement van de witte LED is ook sterk afhankelijk van de kleurtemperatuur; een LED met koude lichtkleur (blauwer licht) heeft een hoger rendement dan een met warmere kleurtemperatuur.

Het gebruik in signalisatie (vooral gekleurde LED’s) is reeds lang ingeburgerd. Sinds enkele tijd verschijnen echter ook echte straatverlichtingstoestellen met LED’s op de markt. Door een optimale richtbaarheid van de lichtstraal van elke individuele LED is theoretisch een zeer hoog verlichtingsrendement zonder strooilicht mogelijk. Dit is dan weer een nadeel voor het gebruik in woonwijken waar ook herkenbaarheid van personen en leesbaarheid van straatnaamborden en huisnummers noodzakelijk is.
Vóór een algemene toepassing van LED’s in straatverlichting kan doorbreken dienen nog hangende. problemen opgelost te worden zoals:

  • Kostprijs aangezien veel LED’s nodig zijn per verlichtingstoestel om eenzelfde lumenopbrengst te genereren als een klassieke ontladingslamp en het verlichtingstoestel daardoor een groter volume heeft
  • Levensduur van elektronische hulpapparatuur afstemmen op levensduur LED omdat individuele LED of hulpapparatuur momenteel niet vervangbaar is zoals bij een klassiek verlichtingstoestel
  • Lichtdepreciatie van de LED gedurende zijn levensduur kan nog een probleem zijn.

In de volgende figuur wordt de verwachte ontwikkeling van LED’s in de toekomst voorgesteld.

Leds

Lichtkleur : wit, amber, rood, groen, blauw
Kleurweergave : van geen tot >90 naargelang het type
Lichtopbrengst : 10 tot 105 lm/W
Mediane levensduur : 10.000u - 60.000u
Dimbaar : ja
Ontstekingstijd : 0.1 s
Temperatuurgevoelig : niet geschikt voor hoge temperaturen
Toepassingen : wegen, monumenten, handel, industrie, thuis

 

2. JUISTE KEUZE VAN DE INPLANTING EN VAN HET VERLICHTINGSTOESTEL

terug

Een verlichtingstoestel of armatuur is het beschermende omhulsel van de lamp en bestaat in verschillende vormen zodat voor elke situatie een specifiek verlichtingstoestel gekozen kan worden. Het zijn belangrijke instrumenten in het beheersen van lichthinder en lichtvervuiling. De verlichtingstoestellen moeten zodanig gekozen worden dat ze enkel het te verlichten oppervlak verlichten (zie illustratie hierna). Functionele verlichtingstoestellen zijn niet per definitie onesthetisch: het gebruik van reflectoren en lichtkappen kan van het meest sierlijke verlichtingstoestel een efficiënt apparaat maken. Informatie in verband met de lichtverdeling van verlichtingstoestellen kan gevonden worden in polaire lichtsterktekrommen of lichtsterktetabellen beschikbaar bij fabrikanten.

Toelichting bij de keuze van verlichtingstoestellen:

Bij de keuze van een verlichtingstoestel moet men rekening houden met omgevingsfactoren( vb. de weerkaatsing op het wegdek en omgeving) en een goede oplossing vraagt een aangepaste studie. Er moet ook een compromis bereikt worden tussen de totale opwaartse lichtstroom en het totaal geïnstalleerd vermogen. Hierna volgt een vereenvoudigde toelichting van de principes aan de hand van voorbeelden:

Verblinding

Goede en slechte verlichtingstoestellen (Bron: AMINAL)

Juiste inplanting en montage

Belangrijk is dat de verlichtingstoestellen ook juist moeten worden gemonteerd op verlichtingspalen. De opstelling of inplanting van de verlichtingstoestellen heeft immers een belangrijke invloed op het resultaat. De palen dienen voldoende hoog te zijn(typisch 6 tot 20m) en op regelmatige afstand geplaatst te worden(typisch is de paalafstand 3 a 5 keer de paalhoogte). Als het verlichtingstoestel onder een bepaalde hoek wordt gemonteerd, moet er rekening mee gehouden worden dat de lichtverdeling ook mee verandert.

Verblinding wordt onder andere veroorzaakt door lichtbronnen die voor de weggebruiker zichtbaar zijn en moet vermeden worden. Hiervoor zijn normen opgesteld die de lichtsterkte voor de waarnemer beperken. Ook een strikt onderhoudsschema kan bijdragen tot een beperking van het verlies van niet-functioneel licht.

Gebruik van de juiste lichtkap

Gebruik van diepe lichtkappen

(illustratiebron: groep Schréder)
Er is een hoge rechtstreekse opwaartse lichtstroom maar het wegdek en de omgeving weerkaatsen weinig licht naar boven. Er zijn weinig masten nodig en men maakt mogelijk goed gebruik van de uitgestraalde lumen per watt. Dit is in bepaalde gevallen een goede en energiezuinige oplossing indien er veel weerkaatsing is via het wegdek en de omgeving.

Gebruik van licht gebolde lichtkappen

(illustratiebron: groep Schréder)
Er is een matige rechtstreekse opwaartse lichtstroom en het wegdek en de omgeving weerkaatsen matig licht naar boven. In bepaalde gevallen kan het een goed compromis zijn tussen geïnstalleerd vermogen en opwaartse lichtstroom.

Gebruik van vlakke lichtkappen

(illustratiebron: groep Schréder)
Er is geen rechtstreekse opwaartse lichtstroom maar het wegdek en de omgeving weerkaatsen veel licht naar boven. Er zijn veel palen dus het geïnstalleerd vermogen is hoog. Indien er weinig weerkaatsing van het wegdek en de omgeving is kan dit een oplossing zijn met weinig lichtvervuiling.

Gebruik van vlakke lichtkappen met anti-reflectieve coating

Het gebruik van vlakke lichtkappen heeft interne weerkaatsing in het toestel tot gevolg zodat er minder licht uit het toestel komt. Door gebruik te maken van anti-reflectieve coating op de vlakke lichtkap zou dit verlies sterk verminderd kunnen worden.

Gebruik van licht gebolde lichtkappen uit zelfreinigend glas

Een lichtkap is onderhevig aan vervuiling door de omgeving waardoor het rendement van het verlichtingstoestel daalt in de loop van de tijd. Een speciale coating op de lichtkap zorgt ervoor dat deze kap zelfreinigend is en het verlichtingstoestel daardoor veel langer een hoog rendement haalt.

Belemmeringen, eigen aan het verlichtingstoestel, om efficiëntere technieken toe te passen

Behalve de verlichtingstoestellen voor lampen zonder voorschakelapparaat is elk verlichtingstoestel ontworpen voor het gebruik met één specifiek type lamp en vermogen.
Deze lamp zomaar vervangen door een energiezuinigere lamp is dus niet steeds mogelijk.
De meest typische belemmeringen zijn:
-  de lampvoet: dikwijls heeft een nieuw type energiezuiniger lamp een andere lampvoet
-  de voorschakelapparatuur: elk lamptype en elk vermogen heeft zijn specifiek VSA en de meeste bestaande toestellen hebben geen dimbaar VSA
-  de geometrie van de reflector: een ovoïde lamp vervangen door een efficiëntere, heldere, buisvormige lamp kan verblindingsproblemen geven aangezien die een andere reflector nodig heeft.
Elke ombouw van een verlichtingstoestel dient met de nodige zorg door een vakman uitgevoerd te worden, waarbij er aandacht moet besteed worden aan de vereisten van het CE-label voor elektrische veiligheid. Een goedkeuring door de fabrikant van het toestel kan noodzakelijk zijn.

De vereisten voor wegverlichting werden vastgelegd in aanbevelingen & normen

 

3. GEBRUIK VAN DIMINSTALLATIES MET ELEKTRONISCHE BALLASTEN
EN BEHEERSYSTEMEN

terug

Het gebruik van diminstallaties met elektronische ballasten en beheersystemen zorgt voor een optimale beperking van het lampvermogen en stuurt in functie van de noden. Deze installaties kunnen ook voorzien worden van een afstandsbediening. De huidige systemen voor telemanagement zijn nog voortdurend in ontwikkeling, momenteel worden de eerste projecten uitgevoerd.

Voorbeeldberekeningen van de energiebesparing

Algemene voordelen van diminstallaties met dimbare elektronische ballasten of dimbare elektronische voorschakelapparaten(EVSA):

  1. Er kan gedimd worden tijdens de stille uren,
  2. Het dimmen van hoge druk natriumlampen met elektronische ballasten verhoogt de levensduur.
  3. Elektronische ballasten hebben meestal een hoger rendement(tot 10 %) dan ferromagnetische ballasten (vooral voor lampen < 250 Watt).
  4. Elektronische ballasten met vermogenregeling zijn onafhankelijk van de netspanning en kunnen daarom permanent naar een lager vermogen gedimd worden (b.v. 90 %). Ter vergelijking bij een ferromagnetische ballast veroorzaakt een netspanningvariatie van +/- 10 % een verandering in lichtsterkte van +/- 20 %!
  5. Met deze diminstallaties kan exact het vereiste minimum lichtniveau ingesteld worden. Indien er bijvoorbeeld armaturen of lampen met een hogere lichtopbrengst geïnstalleerd worden op een bestaande paal kan er overeenkomstig een lager vermogen ingesteld worden.
  6. De dimming kan gestuurd worden door ingebouwde timermodules of een telemangement systeem met afstandsbediening via voedingslijnmodems.

Voordelen van diminstallaties met elektronische ballasten met beheersysteem:

  1. De dimsequenties kunnen aangepast worden tijdens het weekeinde, gunstige weeromstandigheden, plaatsing(kruispunt), of verkeersdensiteit..
  2. Het maximum lampvermogen kan nog verder geoptimaliseerd worden door aanpassing aan lokale omstandigheden(paalafstand, omgeving, ..).
  3. Gegevens voor onderhoud kunnen op afstand uitgelezen worden ('end of life' detection, lamp defect, brandduur, ..).

 

4. VERLICHTINGSRENDEMENT ZOALS BEREKEND IN VERLICHTINGSINSTALLATIES
IN DE TERTIAIRE SECTOR

terug

De uiteindelijke verlichting van het doeloppervlak is dus afhankelijk van het rendement van de lamp, van de voorschakelapparatuur en van het verlichtingstoestel, de onderhoudsfactoren inbegrepen.

Dit verlichtingsrendement van de opgenomen energie kan als volgt voorgesteld worden:

 

5. GEBRUIK VAN SIGNALISATIE TER VERVANGING VAN VERLICHTING

terug

Op afgelegen plaatsen met weinig verkeer(b.v. ronde punten na de avondklok) kan men overwegen om eerder signalisatie met LEDs te gebruiken in plaats van de ganse weg te verlichten. Bij afgelegen fietsoversteekplaatsen kan men eventueel aanwezigheidsdetectoren gebruiken die signalisatie en verlichting inschakelen.

 

6. GEBRUIK DE JUISTE KLEUR WAAR NODIG

terug

Kleurwaarneming bij lage verlichtingsterktes

Bij lage luminanties (<3 cd/m²) zoals bij wegverlichting is er een verminderde kleurwaarneming(dwz. het onderscheid tussen kleuren waarnemen). Men spreekt van 'fotopisch' zicht bij hoge luminanties(domineert >3 cd/m²) en 'scotopisch' zicht bij lage luminanties (domineert < 3 cd/m²). Er is ook een overgangsgebied(0.01 tot 3 cd/m²) waarbij 'fotopisch' en 'scotopisch' zicht mogelijk is men spreekt dan van 'Mesopisch' zicht. Het 'fotopisch' zicht maakt gebruik van 3 types kegels in de ogen waardoor kleurwaarneming mogelijk is. Het 'scotopisch' zicht maakt enkel gebruik van de staafjes in de ogen en laat geen kleurwaarneming toe.
De waardes voor luminantie en lamprendement worden bijna steeds gemeten met de 'fotopisch' ooggevoeligheidscurve (V(λ) [CIE 1924]. Bijgevolg moeten de luminantiewaardes bij lage niveaus(<3 cd/m²) relatief geïnterpreteerd worden, een voorbeeld voor correcties voor verschillende lampen(kleuren) is samengevat in onderstaande tabel. Deze waardes moeten omzichtig gehanteerd worden aangezien de metingen met lampen van 1984 uitgevoerd werden en fabrikanten nieuwe lamptypes op de markt brachten met een hoger rendement en een betere kleurweergave.
(bron: 'Opstelten, 1984, table 2' of 'Light pollution handbook(§8.3.5)').

 Fotopische luminantie(cd/m²)     10   1   0,5   0,1   0,01   0,001 
 lamp type   lamp- vermogen   % schijnbaar rendement(lm/W) 
lage druk natrium(oranje) 90 100 96 95 75 34 24
hoge druk natrium(goudgeel) 250 100 98 96 86 68 62
metaalhalide(wit) 400 100 103 105 116 138 144

Besluiten:

  1. Aangezien de vereiste voor luminantie bij straatverlichting rond 1 cd/m² ligt is er weinig invloed van de kleur van de lamp op het rendement van de lamp voor waarneming op straat(zie bovenstaande tabel).
  2. Witte lampen hebben in het algemeen voor straatverlichting de volgende nadelen:
    • voor hetzelfde vermogen hebben ze doorgaans een lager rendement(dit is niet meer het geval voor de metaalhalogenidelampen van de nieuwe generatie).
    • wit licht bevat de blauwe lichtcomponent en trekt dus meer insecten aan dan oranje of gele lampen.
    • men zit in het mesopisch (0.01 tot 3 cd/m²) zicht of overgangsgebied tussen het fotopisch en scotopisch zicht waarin kleurwaarneming(onderscheid) beperkt is.
    • de achtergrondstraling van de hemel bedraagt minimaal 0,35x10-3 cd/m². Uit de bovenstaande tabel blijkt dat bij deze waarde witte lampen veel meer bijdragen tot de waarneembare hemelgloed van straatverlichting.
  3. Anderzijds is de algemene waarneming in de omgeving van de weg(bv. de bebouwing) waarbij de luminanties laag zijn (bv. <0,1 cd/m²) beter bij wit licht(zie bovenstaande tabel).
  4. Zeer dicht bij het verlichtingstoestel kunnen de luminanties hoog oplopen(>3 cd/m2) en is er een goede kleurweergave mogelijk. In de onmiddelijke omgeving van het verlichtingstoestel is er dan een sfeervolle kleurweergave, bijvoorbeeld duidelijk groene bomen.
  5. Er dient ook rekening gehouden te worden met de kleur van hetgeen men wil verlichten (zie opmerking hierna). Mogelijk kan een witte lamp beter scoren dan een gele indien er weinig geel in het te verlichten oppervlak aanwezig is.
  6. Meer studies die rekening houden met de reële omstandigheden, kleur en en lage luminanties zijn aangewezen, binnen de CIE loopt een studie over 'visual performance based mesopic photometry'(CIE TC1-58).

Aanstralen van gekleurde oppervlakten met gekleurd licht

Bij het aanstralen van gekleurde oppervlakten met licht van een andere kleur is het belangrijk rekening te houden met de principes van additieve en subtractieve kleurvorming. In de onderstaande figuur staat een subtractieve kleurencirkel:

De mengkleuren zijn de primaire kleuren RGB (rood, groen, blauw) en de secundaire kleuren CMY(cyaan, magenta en geel). De principes van subtractieve kleurvorming zeggen dat als men een blauwe(primaire kleur) oppervlak aanstraalt met rood(andere primaire kleur) licht er een volledige absorptie van licht is(zwart), dit is slecht voor het rendement. Men dient dus best te verlichten met kleuren die 's nachts in de omgeving voorkomen(meestal zijn er weinig blauwe oppervlakten of voorwerpen aanwezig).

De vereisten werden vastgelegd in aanbevelingen & normen

Share/Save