Lichthinder monumenten Aanbevelingen, normen en reglementen

Wat  | Technieken  | Voorbeelden  | Aanbevelingen, normen en reglementen  | Controle  | Beleid 

LICHTHINDER

CIE 150:2003 'Guide on the limitation of the effects of obstrusive light from outdoor lighting installations' (Technische nota)

Het doel van deze gids is richtlijnen te geven voor buitenverlichtingsinstallaties en de invloed van lichthinder door verblinding. Hiervoor worden relevante parameters en limietwaarden gedefinieerd. De richtlijn is in de eerste plaats bedoeld voor nieuwe installaties maar er werden ook in beperkte mate advies opgenomen voor bestaande installaties. De gids refereert in hoofdzaak naar de mogelijke negatieve invloed van buitenverlichting op de mens in bijna alle aspecten van het dagelijks leven(voor astronomen zie CIE 126-1997).

Hierna volgt een eigen vertaling van deze technische nota. Vooral de indeling in zones volgens tabel 2.1 is nog voor interpretatie vatbaar. In Vlaanderen is het moeilijk door de dichte bebouwing om een grens tussen E2 en E3 te definiëren.

Table 2.1 Indeling in omgevingszones voor buitenverlichting

Omgevingszone Gebied Verlichtingsomgeving Voorbeelden
E1 Natuur Uit zichzelf donker Natuurgebieden
E2 Landelijk Lage kunstmatige omgevingshelderheid Industriële, residentiele en landelijke gebieden
E3 Steden Middelmatige kunstmatige omgevingshelderheid Stedelijke woongebieden met mogelijk industrie
E4 Stadscentra Hoge kunstmatige omgevingshelderheid Stadscentrum met een gemengde residentiële en commerciële functie

Beperken van hemelgloed door opwaartse lichtstroom(ULR) volgens CIE126:

UFF (=ULR=ULORinst) (upward light flux fraction):
Verhouding van de Lichtstroom uitgestraald door het verlichtingstoestel in de bovenste hemisfeer ten opzichte van het horizontaal vlak dat het fotometrisch centrum van het verlichtingstoestel bevat, tot de totale Lichtstroom uitgestraald door het verlichtingstoestel. Het verlichtingstoestel bevindt zich hierbij in zijn normale gebruiksstand.

Omgevingszone ULR(%)
E1 0
E2 0 - 5
E3 0 - 15
E4 0 - 25

Limieten voor verlichtingsterkte op omliggende eigendommen volgens CIE150(strooilicht):

Tabel 2.2 Maximale waarden voor verticale verlichtingsterkte op eigendommen

Deze limieten zijn van toepassing op verblijfplaatsen, of mogelijke verblijfplaatsen, meer specifiek op de relevante oppervlaktes, vooral waar ramen aanwezig zijn. De waarde is de som van alle verlichtingsinstallaties.

Lichttechnische parameter Toepassingsvoorwaarden Omgevingszone
E1 E2 E3 E4
Verlichtingsterkte in het vertikaal vlak (Ey) Voor de avondklok(0-5h): 2 lux 5 lux 10 lux 25 lux
Na de avondklok(0-5h): 0* lux 1 lux 2 lux 5 lux

*NOTA: Indien het verlichtingstoestel dient voor openbare verlichting mag deze waarde tot 1 lux bedragen.

Limieten voor zeer heldere verlichtingstoestellen opgesteld in het gezichtsveld van bewoners volgens CIE150:

Tabel 2.3 Deze limieten zijn van toepassing voor alle verlichtingstoestellen in richtingen waarbij het zicht van heldere oppervlaktes van verlichtingstoestellen hinderlijk zou kunnen zijn voor bewoners. De limieten zijn enkel voor de gezichtposities die (waarschijnlijk) langdurig aangenomen worden, dus niet voor tijdelijke gezichtsposities of gezichtsposities van korte duur.

Lichttechnische parameter Toepassingsvoorwaarden Omgevingszone
E1 E2 E3 E4
Lichtsterkte van verlichtingstoestellen (I) Voor de avondklok(0-5h): 2 500 cd 7 500 cd 10 000 cd 25 000 cd
Na de avondklok(0-5h): 0 cd* 500 cd 1 000 cd 2 500 cd

*NOTA: Indien het verlichtingstoestel dient voor openbare verlichting mag deze waarde tot 500 cd bedragen.

Beperkingen voor het verblinden van bestuurders van voertuigen volgens CIE150:

Tabel 2.4 Maximale waardes voor de verhoging van de waarnemingsdrempel(TI) van bestuurders door verlichtingsinstallaties niet bedoeld voor straatverlichting

Lichttechnische Parameter Wegindeling 1)
Geen weg M5 M4/M3 M2/M1
% Verhoging van de luminantie-waarnemingsdrempel 2) TI
TI = Σ(650xVerlichtingsterkteoog(lux))/(Ltabel(cd/m²)
X hoekweg-verlichtingstoestel(°)) 2) TI
15% gebaseerd op een aangenomen luminantie van
0,1 cd/m2(Ltabel)
15% gebaseerd op een aangenomen luminantie van
1 cd/m2(Ltabel)
15% gebaseerd op een aangenomen luminantie van
2 cd/m2(Ltabel)
15% gebaseerd op een aangenomen luminantie van
5 cd/m2(Ltabel)

1) Indeling van de wegen volgens CIE 115-1995.

2) De limieten zijn van toepassing waar bestuurders van voertuigen gevolgen zouden ondervinden van een verminderde waarneming van essentiële informatie. De gegeven waardes zijn enkel voor relevante gezichtsposities volgens het voertuigtraject.

Beperken van de nadelige effecten van oververlichte gevels, signalisatie en reclameborden volgens CIE150:

Tabel 2.6 Maximum toegelaten waarde voor gemiddelde luminantie

Lichttechnische parameter Toepassingsvoorwaarden Omgevingszone
E1 E2 E3 E4
Luminantie van gevels (Lb) Genomen als het product van de gemiddelde ontwerpverlichtingsterkte en de reflectiecoëfficiënt gedeeld door Φ 0 cd/m2 5 cd/m2 10 cd/m2 25 cd/m2
Luminantie van signalisatie en reclameborden (Ls) Genomen als het product van de gemiddelde ontwerpverlichtingsterkte en de reflectiecoëfficiënt gedeeld door Φ, of voor signalisatie met ingebouwde verlichting de gemiddelde luminantie. 50 cd/m2 400 cd/m2 800 cd/m2 1000 cd/m2

Deze waardes zijn geldig voor en na de avondklok behalve dat in zone E1 alle waardes 0 zijn na de avondklok.
De waardes zijn niet van toepassing op wegsignalisatie (zie hiervoor CIE 74-1998)
In zones E1 en E2 wordt het gebruik van modulerende of flitsende verlichting afgeraden. In ieder geval mag deze niet opgesteld worden in de buurt van ramen van bewoonde gebouwen.

 VLAREM II

VLAREM II bevat 4 artikelen over de beheersing van hinder door licht voor ingedeelde inrichtingen (art.4.6.0.1 tot art. 4.6.0.4) en 4 gelijkwaardige artikelen voor de niet ingedeelde inrichtingen (art.6.3.0.1 tot art. 6.3.0.4).

Algemeen geldt dat de exploitant de nodige maatregelen moet treffen om lichthinder te voorkomen (art. 4.6.0.1 en 6.3.0.1).

Het gebruik en de intensiteit van lichtbronnen in openlucht dient beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid. Niet-functionele lichtoverdracht naar de omgeving dient maximaal beperkt te worden door de conceptie van de verlichting (art. 4.6.0.2 en 6.3.0.2).

De richting van klemtoonverlichting is beperkt tot de inrichting of de onderdelen ervan (art. 4.6.0.3 en 6.3.0.3) en lichtreclame mag de normale intensiteit van de openbare verlichting niet overtreffen (art.. 4.6.0.4 en 6.3.0.4).

De regelgeving is uitermate beperkt en omwille van zijn weinig kwantitatief en expliciet karakter voor ruime interpretatie vatbaar en bijgevolg moeilijk afdwingbaar. Enkel voor klemtoonverlichting en reclameverlichting biedt de regelgeving aanknopingspunten.

Hieruit volgt:

Op basis van art. 4.6.0.3 en 6.3.0.3 worden zogenaamde sky-tracers (= bewegende of stilstaande krachtige bundels gericht naar de hemel om de aandacht op een inrichting te vestigen) verboden.

VEREISTEN EN AANBEVELINGEN VOOR VERLICHTINGSAPPARATUUR:

Verlichtingstoestellen.

Alle verlichtingstoestellen moeten voldoen aan de vereiste voor het dragen van een CE label. Deze vereisten hebben vooral betrekking op het veilig en correct gebruik van deze toestellen met als doel elektrisch veilige, storingsvrije en brandveilige elektrische apparaten te leveren. Meer info: http://eur-lex.europa.eu/nl/index.htm

In het bijzonder:
Richtlijn 89/336/EEC 'Electromagnetic compatibility'

Deze heeft ondermeer tot doel om elektrische storingen van toestellen te beperken.

Richtlijn 73/23/EEC 'Low voltage equipment'

Deze heeft tot doel om de elektrische veiligheid van elektrische toestellen te bevorderen.

Richtlijn 2002/96/EG van het Europees parlement en de raad van 27 januari 2003 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

De richtlijn 2002/96/EC en de gewijzigde richtlijn 2003/108/EC zijn gericht op het beperken van elektrisch en elektrotechnisch afval. Producenten, die hun producten na 13 augustus 2005 op de markt brengen, moeten garanderen dat hun collectie, behandeling en hergebruik voldoen aan de lijst Annex IA toepassingen.Voor verlichtingsapparatuur gebeurt de praktische regeling in België door de firma Recupel.

De richtlijn 2002/95/EC 'RoHS - Directive on the Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances'

De richtlijn verbiedt het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektronische en elektrotechnische toestellen die op de markt worden gebracht vanaf 1 juli 2006 (er zijn veel uitzonderingen). De verboden stoffen zijn ondermeer: lood, kwik, cadmium. Elektronische printplaten dienen loodvrije soldeer te gebruiken maar fluorescentielampen(bevatten kwik) vallen onder de toegelaten uitzonderingen omdat ze gerecycleerd worden.

De richtlijn 2000/55/EC ' on energy efficiency requirements for ballasts for fluorescent lighting'

Deze richtlijn legt rendementseisen voor fluorescentielampballasten vast die gradueel toenemen in de tijd. De toestellen worden voorzien van labels(vergelijkbaar met huishoudtoestellen). Op losse ballasten met een EEI index en op spaarlampen met de gekende kleurcode zoals op huishoudtoestellen (A1(groen)(best), A2, A3, B1, B2, C en D(rood)(slecht)).

Lampen

RICHTLIJN 2005/32/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 6 juli 2005 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten en tot wijziging van Richtlijn 92/42/EEG van de Raad en de Richtlijnen 96/57/EG en 2000/55/EG van het Europees Parlement en de Raad.
Zie:  http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2005:191:0029:0058:nl:PDF

Deze richtlijn is ook van toepassing op verlichtingstoestellen en slaat op het toepassen van ecologische ontwerpprincipes zoals een levenscyclusanalyse.
Als gevolg van deze richtlijn zijn er ondertussen twee verordeningen uitgevaardigd door de Europese Commissie met minimale eisen:

VERORDENING (EG) Nr. 245/2009 VAN DE COMMISSIE van 18 maart 2009 tot uitvoering van Richtlijn 2005/32/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende eisen inzake ecologisch ontwerp voor fluorescentielampen zonder ingebouwd voorschakelapparaat, voor hogedrukgasontladingslampen en voor voorschakelapparaten en armaturen die deze lampen kunnen laten branden, en tot intrekking van Richtlijn 2000/55/EG van het Europees Parlement en de Raad
Zie: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2009:076:0017:0044:NL:PDF

VERORDENING (EG) Nr. 244/2009 VAN DE COMMISSIE van 18 maart 2009 houdende uitvoeringsbepalingen van Richtlijn 2005/32/EG van het Europees Parlement en de Raad voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor niet-gerichte lampen voor huishoudelijk gebruik.
Zie: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2009:076:0003:0016:NL:PDF

Er zijn ook normen en standaarden voor verlichtingscomponenten opgesteld door IEC- CEI . Deze normen garanderen de elektrische veiligheid en de compatibiliteit van verlichtingsonderdelen van verschillende fabrikanten. Meer info: http://www.iec.ch

IEC : INTERNATIONAL ELECTROTECHNICAL COMMISSION
CENELEC (CEN): Comité Européen de Normalisation Electrotechnique (http://www.cenelec.org)
CIE: COMMISSION INTERNATIONAL de l’ECLAIRAGE (INTERNATIONAL COMMISSION on ILLUMINATION)

Share/Save