BREF-studie 'Slachthuizen'

Wat wordt er beschreven?

Deze BREF heeft betrekking op de industriële activiteiten die zijn gedefinieerd in Bijlage I, categorieën 6.4, onder a), en 6.5 van bovengenoemde richtlijn, namelijk:

6.4.(a) Slachthuizen met een productiecapaciteit van meer dan 50 ton per dag geslachte dieren
en
6.5. Installaties voor de destructie of verwerking van kadavers en dierlijk afval met een verwerkingscapaciteit van meer dan 10 ton per dag

Sommige processen zijn in dit document opgenomen omdat het activiteiten betreft die verwant zijn aan de activiteiten bedoeld in categorie 6.4, onder a). Op het eerste gezicht lijken deze processen eerder onder de activiteiten bedoeld in punt 6.5 te vallen, maar de daar genoemde drempel wordt niet gehaald.

Voor grootvee, zoals runderen, schapen en varkens, wordt het vervaardigen van standaard porties vlees als laatste stap van de slachtactiviteiten beschouwd. Voor pluimvee is dit de productie van een schone en volledige karkas die geschikt is voor de verkoop. In de afgelopen jaren is de terminologie die wordt gehanteerd met betrekking tot producten van slachthuizen veranderd. De term "bijproduct" wordt in toenemende mate gebruikt en wordt in dit document dan ook algemeen gebruikt. Het woord "afval" wordt uitsluitend toegepast in verband met activiteiten gericht op verwijdering.

Activiteiten inzake dierlijke bijproducten die aan de orde komen zijn behandelingen van hele kadavers of delen daarvan, evenals behandelingen van producten van dierlijke oorsprong. Onder deze activiteiten vallen zowel de behandeling van voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten als de behandeling van niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten. Er wordt een breed scala aan activiteiten met betrekking tot bijproducten behandeld. Hiertoe behoren vetsmelten, destructie, vismeel- en visolieproductie, beenderverwerking en bloedverwerking, de laatste activiteit voor zover deze verband houdt met de slacht van dieren en voor zover het bloed verwerkt wordt tot materiaal dat gebruikt wordt bij de vervaardiging van een ander product. De verbranding van karkassen, delen van karkassen, dierlijk meel en talg wordt hoofdzakelijk behandeld als onderdeel van het verwijderingtraject. Ook behandeld worden uitrijden, grondinjectie, biogasproductie, compostering, de productie van gelatine en de conservering van huiden en vellen in slachthuizen voor de looierij. Storting wordt niet behandeld, tenzij deze activiteit wordt vermeld als onderdeel van het verwijderingtraject.

  Samenvatting (117 Kb)
  Inleiding (16 Kb)

Het volledige rapport downloaden (Engelstalig - 4457 Kb - 469 pag.)


De in de BREF opgelijste BBT zijn in het Nederlands beschikbaar onder de vorm van een checklijst .  Bekijk de lijst voor deze sector hier .

Share/Save